Simon, de pilaarheilige:
hij koos voor een leven van gebed

LEVENSKUNST?

Kun je het leven opvatten als een kunstwerk? En de mens als de artiest die het als zijn opdracht ziet om creatief te zijn en van het leven iets te maken? Het is een uitdagende gedachte.

Er valt ook heel wat voor te zeggen. Immers: een kunstwerk overleeft niet zelden de maker ervan. En de vraag "Waartoe zijn wij hier op aarde?" krijgt een helder antwoord: om van deze wereld een betere, mooiere wereld te maken. Iemand zou nog kunnen vragen: is gerechtigheid niet een hoger doel dan schoonheid? Maar misschien zijn gerechtigheid en schoonheid ook wel met elkaar verweven, en door liefde met elkaar verbonden.

Maar juist die liefde kan ons ook doen twijfelen over de vraag naar de maakbaarheid van het leven: is liefde niet bij uitstek iets, dat wordt gewekt? Zoals ook gezegd wordt, dat de kunstenaar het in wezen toch moet hebben van inspiratie? Ook inspiratie is niet maakbaar. Inspiratie kan ook uitblijven. En inspiratie kan zomaar onverwacht ineens opwellen, zoals wordt beschreven in dat prachtige gedicht van Vasalis, waarin zij vertelt hoe tijdens een visite er ineens heimwee bovenkomt naar het kind, dat zij ooit dood in haar armen droeg:

                      Vanavond, toen ik rustig op visite was,
                      woorden, als bijen glinstrend over kruiden, zwermden,
                      schoot als een vogel uit het dichte gras,
                      dat hem verborgen had en hem beschermde,

                      een heimwee rechtstreeks naar omhoog
                      en met een kreet, die, dacht ik, iedereen kon horen.
                      En voor het eerst herkende ik wie er uit mij vloog
                      en wie mijn brand tot zijn hoog nest verkoren.

                      O kleine phoenix, die mij al te kort bezat,
                      ik zie de blauwe vuren van zijn ogen,
                      het lichte wegen op mijn hand, waarop hij zat
                      ik hoor zijn vleugels zingen, toen hij is opgevlogen...

                      Haast niet, schreeuw niet van pijn, o hand,
                      Schrijf door totdat de vingren zijn verbrand.

Zijn het dikwijls niet de dingen die ons overvallen of verrassen - ontmoetingen, stemmingen, emoties, gruwelijke beelden, angsten, twijfels - die bepalen hoe we de werkelijkheid op dat moment beleven: zoals het licht en het geluid in de schouwburg bepalen hoe de sfeer is. Zelf hebben we daar doorgaans geen zeggenschap over.

Het leven als kunstwerk? Van ouderen hoor je vaak, dat het in hun leven anders gelopen is dan ze het zich ooit hadden voorgesteld. Dat ze bepaalde situaties uit het verleden anders zijn gaan zien. En dat er, naar mate je ouder wordt, lagen zichtbaar worden en intensiteiten voelbaar worden die je vroeger niet gewaar werd. Zelfs ten aanzien van de eigen wordingsgeschiedenis kan men vaak pas achteraf aanwijzen, wat er van betekenis was en hoe die de wordingsgeschiedenis hebben beïnvloed. In religieuze taal heet het dan dat men daar de hand in ziet van De Grote Kunstenaar: God, die de mens naar zijn bestemming brengt. Natuurlijk is dit beeldspraak, maar het drukt uit hoe mensen hun wording ervaren.

De ware kunstenaar weet niet hoe hij het voor elkaar krijgt om iets te maken wat geslaagd mag heten. De kunstenaars, die dit misschien wel het beste begrepen hebben zijn de ikonenschilders: zij zien zichzelf dan ook niet als kunstenaars in de gangbare betekenis van dit woord: zij schrijven ikonen, zoals anderen een preek schrijven: daarbij gaat er bij hen niet om dat zij schoonheid scheppen, maar dat zij de schoonheid laten zien van de mens waarin iets herkenbaar is van Gods beeld. Een mens moet zich niet verbeelden dat hij de auteur is van het goede, het ware en het schone.

Aldus beschouwd is levenskunst dan ook niet zozeer de kunst om van het leven een kunstwerk te maken, als wel de kunst om in de loop van het leven iets te gaan begrijpen en door te geven van het levensgeheim. De betekenis van de mens is niet afhankelijk van wat hij doet en maakt - al verbeelden we ons dat vaak; de betekenis ligt in wie hij is. Behartenswaardig zijn de woorden van Sokrates: "Wie als een mens wil leven moet het leven zelf onderzoeken" (Plato, Apologie 38a). Dat wijst in een andere richting dan van het leven een kunstwerk willen maken: "De mens is voor een tijd de plaats van God" (Gerrit Achterberg).

Naar de volgende pagina.



Reactie? Zend een E-mail

Ga terug naar de TITELPAGINA
of naar de INHOUD
© "Kerkwinkel Pneumatikoon" 2014