De hemelsleutel,
'de lege troon van Christus',
detail van een mozaïek van de doopkapel van de Arianen,
Ravenna, 493 a.d.

SYMBOLEN


Symbolen zijn buitengewoon geschikt om te wijzen naar bepaalde kwaliteiten van het 'niets'. Het woord 'symbool' is afgeleid van een Grieks werkwoord dat 'bij elkaar brengen' betekent. Symbolen brengen twee 'onzichtbare' zaken bij elkaar: de geestelijke wereld in ons en de mysterieuze krachten die van buiten op ons inwerken en ons leven voor een belangrijk deel bepalen - ons interieur en de werkelijkheid buiten ons. Die verbinding kan verhelderend werken en het besef van de hoogten en diepten van ons bestaan versterken.

Een goed voorbeeld van zo'n symbool is 'de weg'. De weg verbeeldt het levensproces dat onvermijdelijk uitloopt op de dood. Enerzijds verwijst de weg naar de geestelijke ontwikkeling die we zelf doormaken (interieur); anderzijds verwijst dit symbool naar onze levensloop. Zo verwijst het symbool naar een bijna ongelimiteerde veelheid aan betekenissen. Om maar eens wat te noemen: we verbeelden ons dikwijls dat we door keuzes die we maken onze levensloop bepalen; maar naarmate we ouder worden beseffen we steeds sterker, dat het leven minder maakbaar is dan we aanvankelijk dachten en dat dingen vaak heel anders lopen dan wij het hadden gepland: klaarblijkelijk zijn er factoren aan het werk geweest, waar we geen zeggenschap over hebben. Wat we op enig moment in ons leven voor 'stom' of 'onverstandig' hielden blijkt soms later heel anders beoordeeld te moeten worden: ons oordeel is klaarblijkelijk niet altijd betrouwbaar. Het beeld van de weg kan verhelderen hoe dit mogelijk inzichtelijk gemaakt kan worden: ook wie op weg gaat kan maar een klein deel van de weg overzien; je weet nooit precies hoe het landschap eruit ziet achter de volgende heuvel of voorbij de horizon; zo reizen we door ruimte en tijd in de richting van onze bestemming. Maar ook die kennen we niet: wie moet je worden? Wie kun je worden? Waar zul je uiteindelijk terecht komen? Het enige wat zeker is is de dood. Maar de ene dood is de andere niet; en soms komt de dood voortijdig. We hebben het niet voor het uitkiezen. Dus: wat ons onderweg te wachten staat is ongewis; en hoe we onze krachten moeten verdelen is moeilijk te zeggen. Kenmerkend voor de reis is dat de weg steeds verder voert en ons altijd weer brengt waar we nog niet eerder waren. Met de tijd verandert alles. En niets keert terug. Het leven is een proces, en eigenlijk is het enig wat telt het 'nu'. Want herinnering is een constructie van ons brein, en toekomstperspectieven zijn dat ook. Wat er uiteindelijk van ons wordt hangt af van tal van factoren: van factoren buiten ons (het lot, de kansen, de mogelijkheden, het landschap, enz.) en van onze hersenspinsels (ons verlangen, onze visies, ons gezond verstand, ons karakter, onze aanleg, goddelijke inspiratie, demonische krachten, enz.). Waar het op aankomt is dat we steeds proberen om de constructieve krachten hun werk te laten doen en de destructieve krachten te overwinnen of ons daarvan te bevrijden. Al reizend doen we ervaring op en kennis. Want aanvankelijk zijn we wellicht onbezonnen of ontheemd. Zo beschrijft Pascal de wijze waarop hij op zeker moment het leven ervaart: als een wrange grap; een 'poets' die hem is gebakken, ook al weet hij dan ook niet door wie; hij heeft er niet om gevraagd geboren te worden! Wat moet hij hier in Godsnaam? Hij kent het landschap niet. En er is niemand die hem wegwijs maakt. Niet ieder zal zich in deze beleving herkennen. Maar wat in zo'n beschrijving wel herkenbaar is is de worsteling met de vraag naar de zin van het bestaan en de mogelijkheden om daar iets van te maken. Dit brengt anderen ertoe om het leven op te vatten als een kunstwerk: "Wie op zijn leven terugblikt, zou dit kunnen zien als een verhaal met een kunstzinnige strekking. Ligt er niet een geheimzinnige diepte in verborgen, zoals die ook in poŰzie te vinden is? Het leven heeft, achteraf beschouwd vele wendingen die als zinvol kunnen worden ge´nterpreteerd. Is er in ieder levensverhaal niet iets af te lezen over het verloop van de grote geschiedenis van de wereld?" (Frits van Haeften, 'Thuiskomen in verwondering').

Al reizend komen we ook lotgenoten tegen. We kunnen ervoor kiezen om samen te reizen; of niet. Om elkaar te helpen, of niet. Om ons lot aan dat van een ander te verbinden; of niet. Zo worden we geconfronteerd met keuzes die we moeten maken, waarbij er altijd veel onzeker is. Een grijs gebied, waarover een dichter eens schreef:

                           "Tussen het landschap en de lucht
                           ligt een randschap waarheen ik vlucht;
                           waar mensen opgehouden zijn
                           en de goden nog niet begonnen
                           ligt, onaangetast, een klein
                           en smal gebied, nog onontgonnen
                           fantasie- en droomterrein."

                                                      (Theo van Baaren, 'Trommels van marmer', p. 65).

In zijn verbeelding ziet deze optimistische dichter aan de horizon vooral kansen en mogelijkheden. Anderen zouden misschien vooral bedreigingen vermoeden en gevaren. Een mens leeft tussen hoop en vrees.

Er zou nog veel meer te zeggen zijn over 'de weg' als symbool van het leven. Waar het om ging was, dat zo'n symbool verhelderend kan zijn omdat het lijkt op een geslepen briljant, die steeds weer iets anders terugkaatst al naar gelang het licht er anders op valt. Je raakt er dan ook niet snel op uitgekeken. Een symbool laat zien, hoe gecompliceerd en gelaagd de werkelijkheid is: zowel die binnen ons als die buiten ons. Een symbool nodigt uit om daar steeds weer bij stil te staan.

Symbolen zijn dan ook onthullend: ze kunnen ons soms onverwacht de ogen openen voor metafysiche aspecten van de werkelijkheid. Deze zijn niet per se onkenbaar: maar worden wel vaak pas 'zichtbaar' wanneer onze ogen daarvoor worden geopend. Het gaat daarbij om werkelijkheden die ook niet in alle gevallen zintuigelijk waarneembaar zijn; er zijn ook werkelijkheden, die we pas gewaar worden als we er voldoende openheid van geest hebben om 'het licht, dat er toevallig op valt' te ontvangen. Niet zelden wordt dit ervaren als 'openbaring'. Juist zulke momenten van openbaring maken elk mensenleven uniek en geven het diepte.

Symbolen kunnen dus onthullend zijn: maar daar moet je dan ook wel moeite voor doen. De metafysica veronderstelt een vertrouwdheid met een ander denken dan het dat, waarvan wetenschappers gebruik maken: een denken, "waartegen elke filosofie zich verzet die zich naar het model van de wetenschap verstaat." (Herman Berger: 'Metafysica, een dwarse geschiedenis'). Symbolen kunnen ons helpen met zulk denken vertrouwd te raken omdat zij een sleutel vormen tot spirituele bewustwording.

Naar de volgende pagina.



Reactie? Zend een E-mail

Ga terug naar de TITELPAGINA
of naar de INHOUD
© "Kerkwinkel Pneumatikoon" 2013